Ga naar inhoud

Monitor gebruiken

Deze pagina bevat gedetailleerde instructies voor het gebruik van de Monitor view nadat je een sjabloon hebt geopend.

De Monitor module gebruikt de Viewer module als basis en voegt daar grafieken bovenop toe. Als je bekend bent met de Viewer, hoef je alleen te leren:

  • Grafieken grid: Overlay van grafieken bovenop de kaart
  • Monitor-specifieke instellingen: Referentieperiode, aggregatieniveau en CSV download in het controlpanel

Voor alle Viewer functionaliteit (kaartlagen, filters, tijdselectie), zie de Viewer documentatie.

De Monitor module toont grafieken in een grid layout bovenop de Viewer kaart. Deze grafieken worden automatisch bijgewerkt wanneer nieuwe data beschikbaar komt en automatisch verversen aan staat.

Monitor sjablonen kunnen verschillende grid layouts hebben:

  • 3x3: 9 grafiekposities (3 kolommen, 3 rijen)
  • 3x4: 12 grafiekposities (3 kolommen, 4 rijen)
  • 4x4: 16 grafiekposities (4 kolommen, 4 rijen)

Elke positie in het grid kan een grafiek bevatten, maar niet alle posities hoeven gevuld te zijn.

Afhankelijk van de configuratie kunnen verschillende soorten grafieken worden getoond:

  • Intensiteit (vgt/uur): Aantal voertuigen per tijdseenheid
  • Snelheid (km/uur): Gemiddelde snelheid
  • Reistijd (minuten): Reistijd op routes

Elke grafiek toont verschillende datalijnen:

  • Dagwaarde (oranje lijn): De actuele waarde voor de geselecteerde dag
  • Referentie (grijze lijn): De gemiddelde waarde voor van de dagen binnen de referentieperiode
  • Basislijn (grijze stippellijn):
    • Voor reistijd: Vrije reistijd
    • Voor snelheid: Max. snelheid
    • Voor intensiteit: Capaciteit
  • Streefwaarde (groene stippellijn, indien geconfigureerd): De gewenste streefwaarde
  • Signaalwaarde (rode stippellijn, indien geconfigureerd): De signaalwaarde voor waarschuwingen. De achtergrond van de grafiek kleurt rood wanneer deze waarde gepasseerd wordt.
  • Hover: Beweeg over een grafiek voor gedetailleerde informatie in een tooltip
  • Zoom: Gebruik de muiswiel om in en uit te zoomen op de grafiek
  • Reset zoom: Dubbelklik op de grafiek om de zoom te resetten naar de volledige weergave

Elke grafiek heeft een locatieknop rechtsboven:

  • Klik op de locatieknop om het corresponderende punt of lijnsegment op de kaart te selecteren
  • De kaart zoomt automatisch in op de locatie
  • Dit helpt bij het identificeren welke locatie bij welke grafiek hoort
  • Andersom kan ook: wanneer op een gebruikersobject op de kaart geklikt wordt, wordt de bijbehorende grafiek geselecteerd.

Monitor-specifieke instellingen in het paneel onderin

Section titled “Monitor-specifieke instellingen in het paneel onderin”

Het paneel onderin bevat naast de bekende Viewer functionaliteit (tijd- en datumselectie) ook Monitor-specifieke instellingen. Van links naar rechts:

Toont de naam van het actieve monitor sjabloon.

  • Selecteer een referentieperiode uit de dropdown die gebruikt wordt voor vergelijking in de grafieken
  • De referentieperiode bepaalt welke historische data wordt gebruikt voor het dagpatroon (referentielijn)
  • De referentielijn toont de gemiddelde waarde voor dezelfde weekdag binnen de geselecteerde referentieperiode
  • Klik op de kalenderknop om een eigen referentieperiode samen te stellen
  • Hiermee kun je aanvullende vergelijkingen maken met een specifieke periode naar keuze

De aangepaste periode staat nu als Aangepast in het dorpdown menu. Het is mogelijk te wisselen tussen de voorgeconfigureerde perioden en deze aangepaste periode.

Zie periode type voor meer informatie over het instellen van perioden.

  • Selecteer de aggregatieperiode voor de grafieken uit de dropdown:
    • 1 minuut: Data wordt per minuut getoond
    • 5 minuten: Data wordt per 5 minuten samengevoegd
    • 15 minuten: Data wordt per 15 minuten samengevoegd
    • 1 uur: Data wordt per uur samengevoegd
  • Dit bepaalt hoe gedetailleerd de data in de grafieken wordt weergegeven
  • Klik op de downloadknop om de data van alle grafieken als CSV bestand te downloaden
  • Het CSV bestand bevat de volgende kolommen:
    • Object naam: De naam van het object
    • Tijd: Het tijdstip
    • Dagwaarde: De actuele waarde voor de geselecteerde dag
    • Referentiewaarde: De referentiewaarde (gemiddelde van de dagen van de referentieperiode)
    • Basislijnwaarde: De basislijnwaarde (bijvoorbeeld vrije reistijd, max. snelheid of capaciteit)
  • Het bestand wordt automatisch benoemd met sjabloon naam, datum en aggregatieniveau
  • Handig voor verdere analyse of rapportage
  1. Gebruik de locatieknop: Klik op de locatieknop bij grafieken om snel te zien welke locatie wordt gemonitord
  2. Configureer grafiek instellingen: Pas referentieperiode en aggregatieniveau aan via het controlpanel voor betere analyses
  3. Download data: Gebruik de CSV download functie om data te exporteren voor verdere analyse
  4. Pas tijd aan: Gebruik de tijdselectie om verschillende tijdstippen te bekijken en patronen te identificeren op de kaart
  5. Filter kaartlagen: Schakel onnodige lagen uit via het filter paneel voor een duidelijkere weergave
  6. Vergelijk tijdstippen: Gebruik de tijdselectie om te wisselen tussen verschillende momenten om deze te vergelijken
  7. Zoom op kaart: Zoom in op specifieke gebieden voor gedetailleerde weergave
  • Controleer of er grafieken zijn geconfigureerd voor dit sjabloon (of vraag dit aan de projecteigenaar)
  • Controleer of de geselecteerde datum/tijd juist is
  • Wacht even, grote datasets kunnen tijd kosten om te laden
  • Controleer je internetverbinding
  • Probeer de pagina te verversen
  • Controleer of de juiste kaartlagen zijn ingeschakeld
  • Controleer of er data beschikbaar is voor de geselecteerde datum/tijd