Projecteigenaar Onboarding
Als projecteigenaar beheer je de configuratie van een of meerdere projecten. Deze gids helpt je om je projecten op te zetten en te beheren.
Belangrijk: Projecteigenaar is geen apart accounttype, maar een toewijzing. Elke gebruiker (met accounttype beheerder, hoofdgebruiker of gebruiker) kan als projecteigenaar aan een project worden toegewezen. Je accounttype bepaalt je algemene toegangsrechten, terwijl projecteigenaar je extra rechten geeft voor specifieke projecten.
Overzicht van je rol
Section titled “Overzicht van je rol”Als projecteigenaar kun je:
- Projectconfiguratie bewerken (perioden, objecten, sjablonen)
- Projectleden toevoegen en verwijderen
- Monitor- en evaluatiesjablonen aanmaken en bewerken
- Alle projectfunctionaliteiten gebruiken (evaluatie, monitor, viewer)
- Geen gebruikers of projecten op systeemniveau beheren
Typische workflow
Section titled “Typische workflow”Als projecteigenaar volg je meestal deze workflow:
1. Project selecteren ↓2. Projectleden toevoegen ↓3. Perioden configureren ↓4. Objecten toevoegen (punten en/of lijnen) ↓5. Tijdvensters configureren (indien nodig voor Evaluatie sjablonen) ↓6. Monitor sjablonen aanmaken ↓7. Evaluatie sjablonen aanmaken ↓8. Sjablonen testen en gebruikenEerste stappen
Section titled “Eerste stappen”1. Project selecteren
Section titled “1. Project selecteren”Selecteer eerst het project waarmee je wilt werken. Als je eigenaar bent van meerdere projecten zijn deze stappen te volgen voor ieder project.
Stappen:
- Klik op Projecten in de navigatiebalk links
- Klik bij het gewenste project op configuratie
- Je ben nu in de projectconfiguratie
2. Projectleden toevoegen
Section titled “2. Projectleden toevoegen”Voeg teamleden toe die toegang moeten hebben tot het project.
Stappen:
- Ga naar Projectconfiguratie > Projectleden
- Klik op “Projectlid toevoegen” (rechtsboven)
- Zoek naar de gebruiker in het zoekveld
- Selecteer de gewenste gebruiker uit de lijst en klik op het ”+-poppetje”
- De gebruiker wordt toegevoegd als projectlid
Tips:
- Je kan eerst het project configureren en dan projectleden toevoegen zodat ze pas toegang hebben wanneer de projectconfiguratie gereed is.
Zie Projectleden Configuratie voor gedetailleerde instructies.
3. Perioden configureren
Section titled “3. Perioden configureren”Perioden definiëren datumreeksen die gebruikt worden voor evaluaties en monitoring.
Stappen:
- Navigeer naar Projectconfiguratie > Perioden
- Klik op “Periode toevoegen”
- Vul de gegevens in:
- Periodenaam (bijvoorbeeld “Zomer 2024”)
- Startdatum en einddatum
- Weekdagen selecteren (welke dagen moeten worden meegenomen)
- Klik op “Opslaan”
Tips:
- Maak zowel analyse- als referentieperioden aan
- Gebruik duidelijke namen die aangeven wat de periode representeert
- Zorg dat perioden logisch zijn voor vergelijkingen
Zie Perioden Configuratie voor gedetailleerde instructies.
4. Objecten configureren
Section titled “4. Objecten configureren”Objecten zijn de locaties (punten of lijnen) die je wilt monitoren of evalueren.
Puntobjecten:
- Dit kunnen telpunten zijn voor intensiteitmetingen of voor snelheidsmetingen
- Type: “Intensiteit” / “Snelheid”
Lijnobjecten:
- Routes voor reistijdanalyses
- Bestaan uit één of meerdere lijnsegmenten
- Type: “Reistijd”
Stappen:
- Navigeer naar Projectconfiguratie > Objecten
- Kies de knop + Aanmaken bij het type object (Punt of Lijn) dat toegevoegd moet worden
- Voeg objecten toe via de kaart of met behulp van de ID via het invoerveld
- Geef objecten duidelijke namen
Zie Object Configuratie voor gedetailleerde instructies.
5. Sjablonen aanmaken
Section titled “5. Sjablonen aanmaken”Sjablonen definiëren hoe monitoring en evaluaties worden uitgevoerd.
Monitor sjablonen:
- Definieren welke objecten en grafieken worden getoond
Zie Monitor Configuratie voor gedetailleerde instructies
Evaluatie sjablonen:
- Punt evaluatie: Vergelijkt intensiteiten tussen perioden en berekent KPI’s
- Lijn evaluatie: Vergelijkt doorstroming tussen perioden en berekent KPI’s
Zie Evaluatie Configuratie voor gedetailleerde instructies.
Volgende stappen
Section titled “Volgende stappen”Na het configureren van je project:
- Sjablonen testen: Open evaluatie- en monitor sjablonen om te controleren of alles werkt
- Projectleden informeren: Laat projectleden weten welke sjablonen beschikbaar zijn
- Evaluaties uitvoeren: Gebruik je sjablonen om verkeersdata te evalueren
- Monitoring opzetten: Gebruik monitor sjablonen voor real-time monitoring
- Onderhoud: Houd sjablonen en configuraties up-to-date
Best practices
Section titled “Best practices”- Gebruik logische perioden: Zorg dat analyse- en referentieperioden vergelijkbaar zijn
- Configureer realistische KPI limieten: Baseer limieten op praktische ervaring
- Documenteer sjablonen: Geef sjablonen duidelijke namen die aangeven wat ze evalueren
- Test sjablonen: Open sjablonen om te controleren of alles correct werkt
- Gebruik consistente objecten: Selecteer objecten die logisch bij elkaar horen
- Communiceer met projectleden: Laat projectleden weten welke sjablonen beschikbaar zijn
Zie ook:
- Gebruiker onboarding - Om te begrijpen wat projectleden kunnen doen
- Monitor module - Voor monitoring functionaliteit
- Evaluatie module - Voor het uitvoeren van evaluaties