Ga naar inhoud

Objecten

Beheer punt- en lijnobjecten binnen een project in de Objecten sectie. Objecten worden gebruikt voor monitoring en evaluatie.

Er zijn twee hoofdtypen objecten:

Meetpunten voor verkeersintensiteit en snelheid:

  • Gebruikt voor punt evaluaties
  • Kan worden gebruikt in monitor en evaluatie sjablonen
  • Kunnen samengesteld zijn om rijbanen op te tellen of afritten af te trekken
  • Verschillende object types: intensiteit (volume) en snelheid

Routes voor reistijd en doorstroming:

  • Gebruikt voor lijn evaluaties
  • Kan worden gebruikt in monitor en evaluatie sjablonen
  • Kan opgebouwd zijn uit meerdere segmenten
  • Vertegenwoordigt een route tussen twee punten
  1. Navigeer naar Projectconfiguratie > Objecten
  2. Klik op “Aanmaken” in de Puntobjecten sectie
  3. Vul het formulier in:
    • Objectnaam: Geef het object een duidelijke naam
    • Bron: Selecteer “NDW” of “Upload” (indien beschikbaar)
    • Object type: Selecteer “Intensiteit” of “Snelheid”
    • Meetpunten: Selecteer een of meerdere meetpunten op de linker kaart
    • Weergave positie: Klik op de rechter kaart om de positie voor weergave in sjablonen te bepalen
  4. Klik op “Opslaan”

Je kunt kiezen tussen twee bronnen voor meetpunten:

  • NDW: Gebruik meetpunten uit het NDW (Nationale Databank Wegverkeersgegevens) systeem
  • Upload: Gebruik meetpunten uit een geüploade dataset (alleen beschikbaar als de upload module is ingeschakeld)

Wanneer je “Upload” selecteert, moet je ook een upload set kiezen uit de dropdown.

  • Linker kaart (Meetpunten kaart): Toont alle beschikbare meetpunten afhankelijk van de geselecteerde bron
    • Klik op meetpunten om ze toe te voegen aan het object
    • Je kunt meerdere meetpunten selecteren voor samengestelde puntobjecten
    • Bij NDW: Je kunt ook handmatig een NDW meetpunt ID invoeren via het tekstveld onder de kaart
  • Rechter kolom: Toont alle geselecteerde meetpunten
    • Voor intensiteit objecten: Je kunt per meetpunt wisselen tussen optellen (+) en aftrekken (-) via de toggle
    • Gebruik dit om rijbanen op te tellen of afritten af te trekken
    • Je kunt meetpunten verwijderen via de verwijderknop
  • Rechter kaart (Locatie voor weergave): Gebruik deze kaart om de positie te bepalen waar het puntobject wordt weergegeven in sjablonen
    • Klik op de gewenste locatie op de rechter kaart
    • Dit is vooral handig voor samengestelde punten of wanneer meetpunten dicht bij elkaar liggen en je de weergave positie wilt verplaatsen
    • Als je slechts één meetpunt selecteert, wordt automatisch de positie van dat meetpunt gebruikt
  1. Navigeer naar Projectconfiguratie > Objecten
  2. Klik op “Aanmaken” in de Lijnobjecten sectie
  3. Vul het formulier in:
    • Objectnaam: Geef het object een duidelijke naam
    • Bron: Selecteer “NDW” of “Upload” (indien beschikbaar)
    • Object type: Selecteer “Reistijd” (is reeds geselecteerd)
    • Lijnsegmenten: Selecteer een of meerdere lijnsegmenten op de linker kaart om een route te maken
    • Weergave route: De rechter kaart toont de gecombineerde route voor weergave in sjablonen
  4. Klik op “Opslaan”

Je kunt kiezen tussen twee bronnen voor lijnsegmenten:

  • NDW: Gebruik lijnsegmenten uit het NDW (Nationale Databank Wegverkeersgegevens) systeem
    • Je kunt reistijd prefixes selecteren om alleen bepaalde segmenten te tonen (bijvoorbeeld alleen segmenten die beginnen met “RWS04”)
    • De prefix selectie verschijnt als een dropdown boven de linker kaart
  • Upload: Gebruik lijnsegmenten uit een geüploade dataset (alleen beschikbaar als de upload module is ingeschakeld)

Wanneer je “Upload” selecteert, moet je ook een upload set kiezen uit de dropdown.

  • Linker kaart (Lijnsegmenten kaart): Toont alle beschikbare lijnsegmenten afhankelijk van de geselecteerde bron
    • Klik op lijnsegmenten om ze toe te voegen aan het lijnobject
    • Je kunt meerdere lijnsegmenten selecteren om een route te maken
    • De geselecteerde segmenten worden gecombineerd tot één route
    • Bij NDW: Je kunt ook handmatig een NDW lijnsegment ID invoeren via het tekstveld onder de kaart
  • Rechter kolom: Toont alle geselecteerde lijnsegmenten
    • Je kunt lijnsegmenten verwijderen via de verwijderknop
    • De volgorde van segmenten bepaalt de route

Wanneer je klikt op een locatie waar meerdere lijnsegmenten dicht bij elkaar liggen (binnen 50 meter en in dezelfde richting), verschijnt er automatisch een tabel overlay met alle overlappende segmenten:

  • De tabel toont alle lijnsegmenten die binnen de tolerantie vallen
  • Segmenten worden gefilterd op basis van richting - alleen segmenten die in dezelfde richting gaan als het geklikte segment worden getoond
  • Hover over een segment in de tabel om een preview te zien op de rechter kaart (groene lijn)
  • Klik op “Selecteren” om het gewenste segment toe te voegen aan het lijnobject
  • Sluit de tabel door op de X-knop te klikken

Dit is handig wanneer er meerdere segmenten elkaar overlappen op dezelfde weg.

  • Rechter kaart (Locatie voor weergave): Toont de gecombineerde route van alle geselecteerde lijnsegmenten
    • Deze route wordt gebruikt voor weergave in sjablonen
    • De kaarten zijn gesynchroniseerd - wanneer je inzoomt of pannet op één kaart, beweegt de andere kaart mee
  1. Vind het object in de tabel
  2. Klik op de bewerkknop
  3. Wijzig de gewenste eigenschappen
  4. Klik op “Opslaan”
  1. Vind het object in de tabel
  2. Klik op de verwijderknop
  3. Bevestig de verwijdering

Let op: Objecten die worden gebruikt in sjablonen kunnen worden verwijderd. Verwijder eerst de objecten uit sjablonen waar deze gebruikt worden of verwijder de sjablonen.

Toont alle puntobjecten met:

  • Objectnaam
  • Object type (Intensiteit/Snelheid)
  • Acties (bewerken/verwijderen)

Toont alle lijnobjecten met:

  • Objectnaam
  • Acties (bewerken/verwijderen)

De kaart rechts toont:

  • Puntobjecten: Alle geconfigureerde puntobjecten
  • Lijnobjecten: Alle geconfigureerde routes

Objecten worden gebruikt in:

Zorg ervoor dat alle benodigde objecten zijn aangemaakt voordat je sjablonen configureert.